|
8 februari 2003 De Papevaart achter Hazerswoude-Dorp is een lange vaart die als tussenboezem wordt gebruikt voor de bemaling van de omliggende polders. Het water in de Papevaart is vrij helder zodat hier gedurende de zomer een weelderige plantengroei ontstaat. Het beheer van onze vereniging is dan ook gericht op de kenmerkende vissoorten van het heldere, plantenrijke water, zoals snoek, ruisvoorn en zeelt.
|
 |
|
|
|
Wel werd blankvoorn gevangen, maar vooral in zeer kleine lengtematen; de snoek had zijn werk goed gedaan en veel witvis opgevreten. Na een aantal opvissingen mag over deze vaart worden geconcludeerd, dat het een prima water is voor snoek, zeelt en kroeskarper, maar dat ruisvoorn er niet goed gedijt. En eigenlijk ook wel logisch! Ruisvoorn heeft behalve helder, plantenrijk water, variatie in zijn woongebied nodig: naast ondiepe, met draadalgen begroeide plekken, ook diepe plekken met minder begroeiing, naast de open doorgaande wetering ook zijsloten waar de ruisvoorn rustig uit de stroom kan gaan staan. En wat dat betreft is de Papevaart ondanks het heldere en plantenrijke water nog veel te eentonig voor de ruisvoorn.
|
 |
|
|