|
Plaats genoeg voor de sportvisser en de beroepsvisser in ons viswater?
De 's-Gravenhaagse Hengelsport Vereniging heeft in haar bijna 100-jarig bestaan altijd te maken gehad met beroepsvissers. Eerst waren het vooral de beroepsvissers die als volledig visrechthebbende van het water de GHV via machtigingen in de gelegenheid stelden om met de hengel in hun viswater te vissen, in de tweede helft van vorige eeuw verkreeg onze vereniging zelf veel visrecht en machtigde beroepsvissers om in haar water op aal te vissen. Op wat incidenten na is dat eigenlijk al jaren goed gegaan: sportvissers en beroepsvissers samen op het water. Naarmate in de laatste decennia goed viswater schaarser werd en vooral de polderwateren achteruit gingen, ontstonden er vaker botsingen tussen sportvisserij en beroepsvisserij in ons viswater. Op vooral grotere wateren gebeurde dat ook landelijk en is er vooral een discussie gaande over de economische benutting van schubvis door de beroepsvissers om het verlies aan aalvangsten te kunnen compenseren voor een goede bedrijfsvoering. Hieronder geeft de GHV daarom in het kort haar visie over de beroepsvisserij en het toelaten van beroepsvissers in haar viswater.
Een uitgebreide versie van de GHV-visie over beroepsvisserij in haar viswateren kan hieronder worden gedownload: uitgebreide versie GHV-visie Beroepsvisserij [345 KB]
in PDF-formaat (info over PDF)
|
 |
Van beroepsvisser tot gelegenheidsvisser? De beroepsvisserij is van oudsher in ons land met z'n vele viswateren een belangrijk beroep geweest. Vis was er in overvloed, vis was daarmee een belangrijk en vooral goedkoop onderdeel van het dagelijkse menu. Beroepsvissers konden in groten getale hun eerzame en vooral noodzakelijke beroep uitoefenen. Dit ging eeuwenlang zo door, tot ongeveer het midden van de vorige eeuw. Afsluiting van belangrijke trekroutes en veelvuldig optredende waterverontreiniging veroorzaakten toen voor het eerst een aanzienlijke achteruitgang van de aalstand. Ook de opkomst van de sportvisserij, het moeten delen van de visrechten met diezelfde sportvisserij, en uiteindelijk in veel wateren het niet meer mogen vissen op en oogsten van schubvis, bracht veel beroepsvissers er toe om hun fuiken en zegens letterlijk en figuurlijk in de wilgen te hangen. Of maakte van hen gelegenheidsvissers die af en toe - omdat het nu eenmaal van generatie op generatie in de genen zat - hun fuikje zetten, maar daarnaast toch gedwongen waren om een ander beroep erbij te nemen.
|
|
|
 |
beroepsvisserij hoort vanuit cultuurhistorisch belang thuis in onze viswateren |
 |
beroepsvisserij behoort een partner te zijn in een gezamenlijk visstandbeheer |
 |
beroepsvisserij moet mogelijk zijn in de grote boezemwateren van de GHV |
 |
beroepsvisserij in (kleinere) polderwateren en stadswateren kan alleen wanneer dat geen substantiele beperking van "visruimte" voor de sportvissers betekent |
 |
beroepsvisserij is alleen mogelijk met een goed visplan waarin afspraken worden gemaakt over waar, wanneer en met welke vistuigen wordt gevist, en welke en hoeveel vis wordt geoogst |
 |
slechts een beroepsvisser per viswater (visserijkundige eenheid) en dus geen zgn. gemene-weide-visserij (meer beroepsviser op een en hetzelfde water). |
|
 |
Onderzoek naar visstand in de Laakhaven. De sportvisserij kan de beroepsvisser met zijn kennis over de visstand goed gebruiken. De beroepsvisser kan worden ingezet om de visstand te volgen, om de visstand te onderzoeken of als dat nodig is, de visstand uit te dunnen zodat de overgebleven vissen beter gaan groeien. De beroepsvisser kan ook pootvis leveren, mits er voldoende controle is op de gezondheid van die vissen. Niet alleen de sportvissers kunnen gebruikmaken van de kennis van de beroepsvisser, ook de water- en natuurbeheerders kunnen dat.
|
|