|
|
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
Ten noorden van Gouda liggen in een waterrijk en sterk verveende gebied de Polders Reeuwijk en Sluipwijk. We vinden hier een afwisseling van strookvormige percelen, uitgestrekte veenplassen en kleine droogmakerijen. Grootschalige, commerciële turfwinning heeft de Reeuwijksche en Sluipwijksche Plassen doen ontstaan. Men begon hiermee in de zeventiende eeuw en heeft dit tot jaren twintig van de vorige eeuw doorgezet. Dit had tot gevolg dat aan het eind van de
|
 |
Kaart van Reeuwijk van voor de vervening ; rechts onderaan de kaart zijn de eerste verveningen, die zouden leiden tot de Reeuwijkse Plassen, zichtbaar
|
|
|
|
|
|
19e eeuw de meeste inwoners, op een paar rijke veenbazen na, straatarm waren en dat er een aantal plassen was ontstaan, die in de eerste helft van de 20e eeuw een creatieve functie kregen en nu nog altijd hebben.
|
|
|
|
|
|
De grote open wateren die ontstonden door de turfwinning ('natte vervening') konden een gevaar opleveren voor wegen- en waterkeringen. Vervening was daarom aan allerlei overheidsvoorschriften (o.a. verplichting tot drooglegging van plassen) gebonden. Door de slechte controle op de naleving zijn heel wat open wateren blijven bestaan. Een verbod op vervening binnen een straal van 3 km rond Gouda in 1653 was het gevolg. In 1795 werd dit verbod weer opgeheven. Ook in Sluipwijk gingen de verveners door tot alleen de kaden en ontsluitingswegen overbleven. Hierdoor kregen de plassen hun open vorm met alleen wat eilandjes.
|
 |
Reeuwijkse Plassen
|
|
|
|
|
|
De oppervlakte van de elf plassen bedraagt 735 ha waarvan 284 ha in de polder Reeuwijk en 451 ha in de polder Sluipwijk. De natuur van Reeuwijk en Sluipwijk is prachtig, echter de bewoners konden in al die schoonheid geen bestaan vinden. Velen trokken naar Boskoop als dagloners om daar in de tuinderijen te gaan werken. Ook heeft er lang een strijd bestaan tussen voorstanders van dempen van de plassen en die voor behoud van deze prachtige plassen. Het einde van deze discussie kwam op 20 juni 1930 toen de Provinciale Staten van Zuid-Holland afwijzend beschikten op het verzoek tot droogmaking van de gemeente Reeuwijk. De plas Elfhoeven is later door zandwinning verder verdiept. De plas Broekvelden/Vettenbroek is als enige niet ontstaan door vervening. De veenplassen Broekvelden en Vettenbroek werden in 1890 drooggelegd en samengevoegd tot één polder, Broekvelden/Vettenbroek. Tijdens de jaarwisseling van 1925/1926 overstroomde de polder en werd daarna weer drooggemalen. Het drooghouden van deze polder bleef echter problematisch door het vele kwelwater. Eind jaren zestig maakte zandwinning van de polder Broekvelden/Vettenbroek weer een plas.
|
|
|
|
|
|
De grote openheid van de plassen contrasteert sterk met de nieuwbouwwijken van Reeuwijk-Brug en Gouda. In Sluipwijk en op andere plaatsen langs de plassen is in de afgelopen decennia veel gebouwd, zowel voor permanente bewoning als voor recreatieve doeleinden, zodat niet overal even gemakkelijk meer vanaf de openbare weg bij de plassen kan worden gekomen.
|
 |
Polder Reeuwijk met brede sloten
|
|
|
|
|
|
De brede sloten in de polders om de plassen heen zijn ontstaan door baggeren voor het maken van toemaak en door turfwinning op kleine schaal voor plaatselijk gebruik. Toemaak is een mengsel van bagger uit de sloten en stalmest dat op het land werd gebracht om de veengrond te verbeteren. De polder Middelburg en de Tempelpolder bij Oud-Reeuwijk zijn na vervening weer drooggemaakt en liggen daardoor belangrijk lager dan de omgeving.
|
|
|
Printerversie
|
|
 |