6.10.11: Rijnland vergeet de vis in Reeuwijk! |
||
Vandaag ontvingen wij het bericht dat het Hoogheemraadschap van Rijnland met veel publiciteit een nieuwe stuw en botenpassage in Reeuwijk heeft geopend. De stuw maakt deel uit van de afkoppeling van de plassen Reeuwijk-West en Abessinië. Om stremmingen van de lokale pleziervaart te voorkomen, is bij de stuw een bootpassage gerealiseerd. |
|
|
Slecht voor de vis!
|
||
De GHV is bijzonder teleurgesteld dat ondanks eerdere aanbevelingen vanuit onze vereniging er geen enkele poging is gedaan om ook een dergelijke voorziening voor vis te realiseren. Nu kan binnenkort de vis niet meer vanuit de Reeuwijkse Plassen naar de Polder Reeuwijk zwemmen en omgekeerd. Boten blijken dus belangrijker voor Rijnland te zijn dan vis. |
||
Afkoppeling werkt niet voor vis
|
||
Alle mooie verhalen over een betere waterkwaliteit en visstand op de Reeuwijkse Plassen ten spiijt, het zal niet gaan werken. |
||
Laten we Rijnland maar uit de droom helpen, dit gaat niet werken! Het grootste probleem op de Reeuwijkse Plassen zal uiteindelijke niet meer het fosfaat- en nitraatgehalte zijn maar de opwerveling van het fijne veenbagger dat op de bodem ligt. "Deskundigen" die Rijnland hebben geadviseerd over het streefbeeld voor de visstand gaan uit van grote heldere meren vol met brede rietgordels en onderwaterplanten (meer dan 60%!). In het Nederland van zo rond 1900 heeft dat alleen bestaan in ondiepe veenplassen met een dichte infrastructuur van legakkers en petgaten. Door de beschutting tegen windwerking van de legakkers kon in de daar tussengelegen petgaten zich mooi helder water vol met waterplanten ontwikkelen. |
Kaart van Reeuwijk bij begin vervening ; rechts onderaan de kaart zijn de eerste verveningen, die zouden leiden tot de Reeuwijkse Plassen, zichtbaar; later onstonden grote open plassen. |
|
We hebben nu dus helaas met een andere situatie te maken. Er zijn geen legakkers meer. Dus de windwerking zal blijven bestaan. Door jarenlange inlaat van gebiedsvreemd water is de afbraak van de veenbodem al zover gevorderd dat die inmiddels bestaat uit een zweeflaag van zeer fijne veenmodder. Dat zal niet makkelijk te herstellen zijn. En we hebben teveel aalscholvers waarvan veel natuur- en waterbeheerders maar niet willen inzien wat voor een schade dat op onze visstand in het veenweidegebied heeft. Blijft dus dus uiteindelijk over: water zonder vis. |
||
Doodsteek voor poldervissen
|
||
Ook de aangekondigde compensatie met natuurvriendelijke oevers zal nauwelijks bijdragen aan een visstand van het zgn. ruisvoorn-snoektype. Die paar kilometers natuurlijkvriendelijke oever die men nastreeft, is teweinig en ook al zou daarin zich het juiste visbroed ontwikkelen dan nog moeten ze uiteindelijk verder opgroeien op het open water dat nauwelijks onderwaterplanten bevat en dat zal niet lukken . En wat doet men nu? Men sluit een prachtig netwerk aan poldersloten af die wel al redelijk voldoen aan de eisen voor een goede opgroei van plantenminnende witvis en roofvis. Als er ooit sprake was van mooie snoek-, baars-,ruisvoorn- en blankvoornstand in de Reeuwijkse Plassen dan was dat te danken aan het grote opgroeigebied van open polders om de Reeuwijkse Plassen heen. |
||
(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden |
||