6.10.11: RIJNLAND VERGEET DE VIS IN REEUWIJK!

Vandaag ontvingen wij het bericht dat het Hoogheemraadschap van Rijnland met veel publiciteit een nieuwe stuw en botenpassage in Reeuwijk heeft geopend. De stuw maakt deel uit van de afkoppeling van de plassen Reeuwijk-West en Abessinië. Om stremmingen van de lokale pleziervaart te voorkomen, is bij de stuw een bootpassage gerealiseerd.

Volgens Rijnland is "...met deze ingebruikname is een stap gezet naar een aanmerkelijke verbetering van de waterkwaliteit in de Reeuwijkse plassen. Het water uit deze polders bevat een grote hoeveelheid aan voedingsstoffen. Door de polders af te koppelen komt dit niet meer in de Reeuwijkse Plassen terecht, waardoor de waterkwaliteit in de plassen verbetert. In december 2011 zullen alle werkzaamheden voor het afkoppelen van de polders Reeuwijk West en Abessinïe klaar zijn..."

Tot zover de berichtgeving van Rijnland.
Meer informatie op de website van Rijnland.


foto HHvRijnland

Slecht voor de vis!

De GHV is bijzonder teleurgesteld dat ondanks eerdere aanbevelingen vanuit onze vereniging er geen enkele poging is gedaan om ook een dergelijke voorziening voor vis te realiseren. Nu kan binnenkort de vis niet meer vanuit de Reeuwijkse Plassen naar de Polder Reeuwijk zwemmen en omgekeerd. Boten blijken dus belangrijker voor Rijnland te zijn dan vis.
Uit onze waarnemingen en hengelvangstregistratie blijkt maar al te duidelijk dat vooral in het voorjaar grote hoeveelheden vis vanuit de Reeuwijkse Plassen oa de Wonnewetering en de Kerkwegse wetering inzwemmen om daar en in de poldersloten te paaien.
In het najaar trekt veel schieraal weg richting het gemaal bij Bodegraven om daar via de Oude Rijn en het inmiddels voor vispassage (wel) verbeterde gemaal Katwijk voor de voortplanting naar zee te kunnen trekken. Omgekeerd is de bedoeling dat via Katwijk ook weer voldoende glasaal terugkomt naar de Reeuwijkse Plassen. Dat doe je dus niet door alle migratiewegen voor vis af te sluiten!

Afkoppeling werkt niet voor vis

Alle mooie verhalen over een betere waterkwaliteit en visstand op de Reeuwijkse Plassen ten spiijt, het zal niet gaan werken.
De bedoeling is om door terugdringen van fosfaat- en nitraatbelasting de plassen weer helder worden, onderwaterplanten te krijgen en daarmee een visstand die daarbij past, zoals snoek, baars, ruisvoorn, zeelt, blankvoorn ... en minder brasem en snoekbaars.
Ook staat nog steeds in de plannen vermeldt dat men wellicht de nieuwe (plantenminnende) vissoorten een handje wil gaan helpen door het toepassen van Actief Biologisch Beheer (ABB) oftewel het verwijderen van zoveel mogelijk brasem en karper en alle andere vissen die teveel dierlijk plankton weg zouden vreten. We herinneren ons nog maar al te goed de herrie die daarover onder sportvissers is ontstaan in het gebied van buurwaterschappen Delfland en Rivierenland. In de Tweede Kamer is zelfs een motie aangenomen die het toepassen van ABB afraadt.

Laten we Rijnland maar uit de droom helpen, dit gaat niet werken! Het grootste probleem op de Reeuwijkse Plassen zal uiteindelijke niet meer het fosfaat- en nitraatgehalte zijn maar de opwerveling van het fijne veenbagger dat op de bodem ligt. "Deskundigen" die Rijnland hebben geadviseerd over het streefbeeld voor de visstand gaan uit van grote heldere meren vol met brede rietgordels en onderwaterplanten (meer dan 60%!). In het Nederland van zo rond 1900 heeft dat alleen bestaan in ondiepe veenplassen met een dichte infrastructuur van legakkers en petgaten. Door de beschutting tegen windwerking van de legakkers kon in de daar tussengelegen petgaten zich mooi helder water vol met waterplanten ontwikkelen.
In de Reeuwijkse Plassen heeft die dichte structuur aan legakkers nooit echt bestaan. Alleen in het allereerste begin van de vervening die hier al in de 17de eeuw startte, was hier min of meer sprake van. Echter al snel verdwenen de legakkers en was sprake van open plassen.


Kaart van Reeuwijk bij begin vervening ; rechts onderaan de kaart zijn de eerste verveningen, die zouden leiden tot de Reeuwijkse Plassen, zichtbaar; later onstonden grote open plassen.

We hebben nu dus helaas met een andere situatie te maken. Er zijn geen legakkers meer. Dus de windwerking zal blijven bestaan. Door jarenlange inlaat van gebiedsvreemd water is de afbraak van de veenbodem al zover gevorderd dat die inmiddels bestaat uit een zweeflaag van zeer fijne veenmodder. Dat zal niet makkelijk te herstellen zijn. En we hebben teveel aalscholvers waarvan veel natuur- en waterbeheerders maar niet willen inzien wat voor een schade dat op onze visstand in het veenweidegebied heeft. Blijft dus dus uiteindelijk over: water zonder vis.

Doodsteek voor poldervissen

Ook de aangekondigde compensatie met natuurvriendelijke oevers zal nauwelijks bijdragen aan een visstand van het zgn. ruisvoorn-snoektype. Die paar kilometers natuurlijkvriendelijke oever die men nastreeft, is teweinig en ook al zou daarin zich het juiste visbroed ontwikkelen dan nog moeten ze uiteindelijk verder opgroeien op het open water dat nauwelijks onderwaterplanten bevat en dat zal niet lukken . En wat doet men nu? Men sluit een prachtig netwerk aan poldersloten af die wel al redelijk voldoen aan de eisen voor een goede opgroei van plantenminnende witvis en roofvis. Als er ooit sprake was van mooie snoek-, baars-,ruisvoorn- en blankvoornstand in de Reeuwijkse Plassen dan was dat te danken aan het grote opgroeigebied van open polders om de Reeuwijkse Plassen heen.

De GHV heeft via Sportvisserij Groene Hart al eerder gewaarschuwd tegen de opdeling van de omliggende polders in kleinere bemalingsblokken (zie artikel [961 KB] ). Dat was al erg en in feite de doodsteek voor de kenmerkende visstand van het veenweidegebied. Nu worden ook nog de overblijvende hoogwatergebieden afgesloten. Jammer, gemiste kans.



21.10.11: Roofvisuitje Zoeterwoude
3.10.11: Bindcursus commissie Vliegvissen!

Printerversie