|
Het gaat niet goed met de palingstand, zowel in Europa als in Nederland. Vooral de intrek van glasaal is de laatste jaren nog maar 1 % van wat die in de 80er jaren was. Daarvoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. De glasaal kan door sluizen, gemalen, stuwen etc. veel watersystemen niet meer bereiken, er wordt veel glasaal voor de Europese kusten gevangen en deze gaat naar kwekerijen en naar Azië, er zijn virusziekten en parasieten die de aal verzwakken en er is ook nog eens een belasting met dioxineachtige stoffen die de voortplanting van de aal bedreigen. Europa wil dat dit snel verandert.
|
 |
|
|
|
Daarom moet iedere lidstaat op 31 december 2008 een aalbeheerplan hebben opgesteld waarin wordt beschreven hoe zij de aalstand willen gaan herstellen. Ook heeft Europa besloten dat per 2008 35% van de voor de Europese kusten gevangen glasaal weer in de Europese binnenwateren moet worden uitgezet. Ieder daarop volgend jaar moet dit percentage met 5% worden verhoogt tot uiteindelijk 60% in 2013. Kortom, er wordt door Europa hard aan getrokken.
Als een lidstaat er niet in slaagt om een goedgekeurd aalbeheerplan te verkrijgen zal Europa de beroepsmatige visserij op aal gedwongen halveren. Simpelweg betekent dat er alleen van de eerste t/m de 15de van ieder maand beroepsmatig op aal gevist mag worden. Vanaf de 15de t/m de 31ste mag er dan niet op aal gevist worden. De verwachting is dat als een dergelijke maatregel in Nederland wordt opgelegd dat er dan helemaal geen sportvisserij op aal meer wordt toegestaan.
DAT MOETEN WE TOCH MET Z”N ALLEN NIET WILLEN.
Daarom heeft de Visstandbeheer Commissie (VBC) Rijnlands Boezem ingeschreven op een proefproject voor het opstellen van een aalbeheerplan. Er zijn twee van die proefprojecten, een in de Randmeren en een in het beheergebied van Hoogheemraadschap van Rijnland. Concreet betekent dit dat we gaan proberen om zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen hoeveel aal er binnekomt, hoeveel aal er wordt uitgezet, hoeveel aal er wordt gevangen, hoeveel schieraal naar de Sagassozee vertrekt en wat de kwaliteit van die uittrekkende aal is.
Alle beroepsvissers hebben al toegezegd hun vangsten op te geven. Deze vangsten sorteren ze uit in rode aal kleiner dan 50 centimeter, groter dan 50 centimeter en schieraal kleiner en groter dan 50 centimeter. Doel daarvan is te bepalen hoeveel aal er in Rijnland wordt onttrokken. Ook worden de uitzettingen van glasaal en pootaal over de afgelopen 15 jaar in kaart gebracht. Verder zullen er 1000 schieralen met merkjes worden uitgezet om te bepalen hoe zij door Rijnland trekken en hoeveel schieraal er werkelijk naar de Sargassozee vertrekt.Met de verkregen informatie worden modellen opgesteld over de groei van de aal in Rijnland, de overleving, de intrek en de uittrek van de schieraal. Als laatste wordt bepaald in welke gebieden schieraal opgroeit zonder een teveel aan dioxines. Dit is van belang om volgend jaar, als de eerste glasaal uit de Europese kustvisserij beschikbaar komt gericht uit te gaan zetten in zo schoon mogelijke gebieden.
Naast de onttrekking door het beroep is het ook van belang te bepalen hoeveel aal er door de sportvisserij en de peurders wordt onttrokken. Daarom hierbij het verzoek om daaraan mee te werken en antwoord te geven op onderstaande vragen. U kunt de antwoorden per post opsturen, insturen per mail en ook doorgeven via uw bestuur. U wordt ook opgeroepen om bij te dragen aan vangstregistratie. Graag ontvangen we daarvoor van u een opgave van het aantal gevangen palingen, de lengte van die palingen, de manier waarop is gevist (peur, aantal hengels en aantal haken per hengel) en het aantal uren dat er is gevist. Van belang is hierin ook om het aantal uren dat er is gevist terwijl u niets ving op te geven. De gegevens die u inlevert worden vertrouwelijk behandeld. De deelnemers aan deze vangstregistratie krijgen allemaal een eindrapport van dit, voor de aalstand zo belangrijke, project. Met de betrokken hengelsportverenigingen wordt nog overleg gevoerd over het organiseren van een loterij onder de deelnemende aalvissers/peurders.
Via extra controle proberen we ook in beeld te brengen hoeveel aal er door zwartvissers en stropers wordt onttrokken. Daarvoor worden extra BOA’s ingezet op de dagen, uren en plaatsen waarop de pakkans het grootst is.
Met de verkregen informatie zal in VBC verband, onder begeleiding van Sportvisserij Nederland en de Combinatie van Beroepsvissers, in het voorjaar gestart worden om een aalbeheerplan voor Rijnland op te stellen. De wijze waarop dit gebeurd zal model staan voor de manier waarop ook de andere VBC’s in Nederland dit beheerplan zullen moeten gaan opstellen.
Ik hoop dat ik op uw medewerking kan rekenen. Het is namelijk nog niet te laat voor de aal. Als er nog vragen zijn dan kunt u die telefonisch 06 47458248 of per mail aan apdewit@planet.nl stellen. Vangstgegevens en antwoorden op onderstaande vragen kunt u telefonisch, per mail, per post Voorweg 36, 2713 RX Zoetermeer of via uw bestuur doorgeven.
|
|
|
Als u nog andere aalvissers kent, wil ik u vragen om deze oproep ook bij hen onder de aandacht te brengen. Het is van het allergrootste belang dat de aalvissende sportvissers het goede voorbeeld van de beroepsvissers volgen en dat we gezamenlijk aan de slag gaan om de aalstand weer te herstellen. Ik kijk uit naar uw medewerking.
Met vriendelijke groet,
Ap de Wit, secretaris VBC Rijnlands Boezem.
|
 |
|
|